Huishoudelijk reglement

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Deel 1 Organiek reglement

Regio’s

Art 1. Zoals omschreven in de statuten, telt de vereniging effectieve leden, actieve toegetreden leden.
Om de contacten tussen de leden te bevorderen en het verenigingsleven tussen de stamboekfokkers
te stimuleren, worden de leden door de raad van bestuur gegroepeerd in regio’s. De leden horen in
principe bij de regio waaronder hun woonplaats valt. De raad van bestuur kan uitzonderingen
toestaan.

Art. 2. De raad van bestuur bepaalt het gebied van de regio, de wijze van functioneren en de
bevoegdheid. Indien een gebiedswijziging aangewezen is, overlegt de raad van bestuur met de
betrokken regio’s die voorstellen kunnen doen.

Art. 3. De regio Noord-Nederland beslaat het gebied in Nederland Overijssel , Drenthe, Friesland
Groningen. De regio Zuid-Nederland omvat de resterende Provincies.
Voor evenementen/keuringen zal de regio Zuid-Nederland bij de centrale regio gerekend worden.
De regio centraal komt overeen met België. De regio’s Duitsland, Frankrijk en Zwitserland omvatten
de grenzen van de overeenkomende landen en dragen die naam.

Art. 4. De regio’s zullen, in samenwerking en overleg met de vereniging, in hun werkgebied de fokkerij
van het ras bevorderen en de belangen van de toegetreden leden behartigen. Daartoe zullen zij meer
in het bijzonder de inrichting doen van de activiteiten zoals de keuringen, vorming aanbieden over
alle voor de fokkerij nuttige thema’s en mogelijkheden creëren tot contact en uitwisseling
tussen de fokkers.
Daarnaast duiden de regio’s hun vertegenwoordigers aan in de Algemene vergadering van de
vereniging en in de centrale commissies of werkgroepen.

Art. 5. De regio’s kunnen enkel die aangelegenheden behandelen en die activiteiten ontwikkelen die
de eigen werking van de regio betreffen.
Het regiobestuur

Art. 6. Aan het hoofd van de regio staat een bestuur van 3 tot 5 leden . Het regiobestuur kiest onder
zijn leden een voorzitter. Het kiest eveneens een secretaris en desgevallend een penningmeester.
Deze hoeven geen lid van het bestuur te zijn. In dat geval hebben ze geen stemrecht. Het
regiobestuur kan eveneens personen coöpteren, die voor de werking van de regio nuttig gevonden
worden. De gecoöpteerde personen hebben geen stemrecht. Bij het openvallen van één of meerdere
mandaten mag het regiobestuur plaatsvervangers benoemen.

Art. 7. Het regiobestuur komt bijeen op uitnodiging van de voorzitter van de regio of op aanvraag van
ten minste 3 bestuursleden.
De vierjaarlijkse vergadering met verkiezingen

Art. 8. Om de vier jaar worden alle leden uitgenodigd tot de vergadering met verkiezingen. Die wordt
georganiseerd door het zittende regionale bestuur, nadat daartoe werd opgeroepen door de raad van
bestuur en volgens de door hem vastgelegde en bekendgemaakte modaliteiten. De voorzitter van de
regio, of bij diens ontstentenis de ondervoorzitter of het oudste aanwezig bestuurslid, leidt de
vergadering en de verkiezingsprocedure. De zittende voorzitter kan 1 x herkozen worden.
Tijdens deze vergadering wordt het bestuur van de regio samengesteld. Daarnaast worden de
vertegenwoordigers van de regio in de Algemene vergadering van de vereniging en in de centrale
commissies of werkgroepen aangeduid.

Art. 9. De leden worden tot deze vergadering uitgenodigd door het bestuur. De bijeenroeping gebeurt
bij gewone, niet ondertekende omzendbrief of per email. De oproeping bevat de agenda.

Art. 10. Ieder actief toegetreden lid kan in het regiobestuur gekozen worden. Uittredende
bestuursleden zijn steeds herkiesbaar.

Art. 11. Elk actief toegetreden lid dat aanwezig is op de vergadering kan zijn stem uitbrengen tijdens
de verkiezingen.
De aanduiding van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering

Art. 12. De andere regio’s dan de centrale, hebben recht op minimum 1 vertegenwoordiger in de
algemene vergadering van de vereniging. De centrale regio heeft zoveel vertegenwoordigers als de
optelsom van de vertegenwoordigers van de andere regio’s.

Art. 13. Enkel wie actief lid is, kan aangeduid worden als vertegenwoordiger van de regio in de
algemene vergadering. Bij voorkeur worden de vertegenwoordigers aangeduid onder de personen die
het bestuur uitmaken van de regio.

Art. 14. De toegetreden leden die aangeduid worden als vertegenwoordiger, krijgen de status van
effectief lid van de vereniging.

Werkgroepen en commissies

Art. 15. De raad van bestuur kan commissies of werkgroepen installeren. De mandatering naar de
commissies verloopt zoals vastgelegd door de raad van bestuur. Er dient steeds een evenwichtige
vertegenwoordiging van de regio’s te zijn. Dit betekent niet dat elke regio vertegenwoordigd moet zijn.
Evenmin is het nodig dat de vertegenwoordiging evenredig is.

Art. 16. De commissies en werkgroepen kiezen onder hun leden een voorzitter en duiden een
verslaggever aan.

Art. 17. De commissies en werkgroepen behandelen de hun toegewezen materie en formuleren
dienaangaande voorstellen aan de raad van bestuur. Alle werkvormen zijn mogelijk voor het overleg
dat nodig is voor de uitvoering van de taak: fysieke vergaderingen, videoconferentie,
emailcommunicatie,
Enkel de raad van bestuur heeft de bevoegdheid om beslissingen te nemen.

Raad van bestuur

Art. 18. De algemene vergadering stelt uit zijn leden de raad van bestuur samen.

Art. 19. De andere regio’s dan de centrale, hebben recht op minimum één vertegenwoordiger in het
bestuur. De centrale regio levert zoveel bestuursleden als de optelsom van de vertegenwoordigers
van de andere regio’s.

Art. 20. De regio’s formuleren een voorstel met welke van de effectieve leden uit hun regio zij wensen
te zien aangeduid worden als bestuurder.

Art. 21. De uittredende raad van bestuur doet de voordracht van kandidaat bestuursleden aan de
Algemene Vergadering. Hierbij baseert hij zich op de ontvangen voorstellen.

Art. 22. De algemene vergadering kan eveneens als bestuurder verkiezen, personen die omwille van
hun technische en administratieve kennis voor de leiding van de vereniging nuttig kunnen zijn.

Art. 23. Bestuurders, die gekozen werden uit de groep van door de regio’s aangeduide
afgevaardigden in de algemene vergadering, verliezen hun mandaat wanneer zij de hoedanigheid van
afgevaardigde verliezen. Bij het openvallen van een mandaat zal de raad van bestuur een vervanger
voorstellen die het mandaat volbrengt.